De Buckelurn
Wat: Angelsaksische Buckelurn
Waar: Groessen (provincie Gelderland)
Wanneer: vroege middeleeuwen
Dat er ten noorden van het Gelderse dorp Groessen een oude woongrond lag, was al lang in de vorige eeuw bekend. In 2022 ging op de locatie van het project ‘Wonen onder de Toren’ de schop in de grond voor een opgraving in opdracht van projectontwikkelaar Hoedemakers. Zo kwamen de resten van een grafveld uit de laat-Romeinse en Merovingische tijd aan het licht. Het grafveld werd gebruikt door de lokale boerengemeenschap om er hun doden te begraven. Van de 49 graven bleken er 47 crematiegraven te zijn en slechts twee inhumaties. De oudste graven dateren uit de tweede helft van de 4e eeuw en de jongste uit de vroege 8e eeuw, toen het grafveld buiten gebruik raakte.
Groessen lag in de vroege middeleeuwen aan de grens van het Frankische rijk en de bewoners waren nog niet christelijk. Het cremeren van overledenen was er in de 4e en 5e eeuw een gangbaar grafritueel. De crematieresten werden samen met de resten van de brandstapel en verbrande bijgiften in een kuil gestopt. Eind 5e / begin 6e eeuw veranderde er iets: men gebruikte urnen om de doden in bij te zetten. De crematieresten gingen in de urn die begraven werd in een klein heuveltje. Tegelijkertijd zien we dan ook Angelsaksisch aardewerk verschijnen. Onze Buckelurn. gevonden in graf nummer 14, is daar een fraai voorbeeld van. Hij kwam vrijwel puntgaaf uit het profiel, en er hoefde geen restaurateur aan te pas te komen.
Qua vorm en decoratie wijkt de urn nogal af van de strak vormgegeven Merovingische knikwandpotten elders in het grafveld. De Buckelurn heeft een iets afgeronde bodem (lensbodem), een naar buiten gebogen rand en tussen de hals en buik zitten twee horizontale groeven. De verticale uitstulpingen eronder maken het een `Buckelurn’ waarbij ‘Buckel’ zoiets betekent als bult of bochel. Het oppervlak van de handgemaakte pot is vrij ruw en de magering van de klei bestaat uit fijn zand en fijne kwartsgruis. Hoewel we geen precies dezelfde urnen kennen, zijn er wel potten met vergelijkbare versieringen. Ook kennen we vergelijkbare urnen uit andere Merovingische grafvelden in Nederland die tussen de tweede helft van de 5e en eerste helft van de 6e eeuw worden gedateerd, en die datering nemen we ook aan voor onze urn. Onze Buckelurn bevatte de crematieresten van een jonge man van tussen de 14 en 18 jaar oud.
Hoewel het grafveld in Groessen niet zo rijk gevuld was als andere uit die tijd, hadden de bewoners hier uitgebreide handelscontacten. Door de gunstige ligging langs de Rijn wist de lokale elite exotische goederen te verkrijgen. Voorwerpen die als bijgiften mee gingen in de graven getuigen daarvan. Bijvoorbeeld kralen van glas of barnsteen van elders uit Europa en het Midden-Oosten, gouden munten en zelfs ivoor uit Afrika. In de Buckelurn zaten naast de crematieresten van de overledene ook verschillende stukken verbrand bot van een varken. Die zijn als bijgave op de brandstapel meeverbrand.
Bekijk de pot hieronder in 3D!
